Zomaar een zondag…

Het is zondag vandaag, en dat mag je deze keer wel heel letterlijk nemen. Zelfs zonder de zichtbare aanwezigheid van de verschroeiende oranje bol loopt de temperatuur tergend provocerend op tot 37 °. Een voorzichtig mals regenbuitje heeft even de bloemetjes weer hoop gegeven, maar verkoeling, hola, vergeet het maar. Gebrek aan slaap, oververhitting, het zijn twee belangrijke factoren die mijn kribbigheid en norsheid tot hun hoogtepunt leiden.
Het anders zo gezellige zondagmiddagdiner verloopt in stille mineur. Kleinzoon nr.2 ploetert door zijn herexamens in de meest koele (?) kamer. Hij zucht en blaast, ik ben echter ongenadig: ’ het is studeren of werken jongen, er is geen andere optie’ zijn de enige nonsens die ik kan uitkramen. Hij weet het niet, ik haat examens!
Van het middagnieuws zal ik ook niet bepaald vrolijk worden: Beiroet in puin, losgeslagen jeugdbendes aan de kust, woelige verkiezingen in Wit-Rusland, en uiteraard coronacijfers, telkens weer opnieuw verontrustende coronacijfers. Ik haat corona!
De namiddag kabbelt eentonig voort, ik probeer wat zinnige afleiding te vinden in een puzzelboek, maar zelfs de letters zijn blijkbaar gekrompen, het lijkt wel of ze een zonnedansje uitvoeren. Ik zoek vertwijfeld begrip bij de echtgenoot, maar die volgt geboeid een serie over de onthutsende maffiapraktijken in de jaren zestig in Amerika. En weet je, ik haat maffiaseries!
Rond vijf uur durf ik het aan om het terrasje op te zoeken dat uitnodigend onder de stokoude eikenboom op mij ligt te wachten. Een complot lijkt het wel, want helaas zelfs het rijke bladerdak kan geen verkoeling aanbieden, geen enkel blaadje ritselt, geen enkel vogeltje fluit, iedereen leeft in hittegolf- modus. Mijn oog valt plots op het kussentje naast mij, verdorie, die stomme kat van de buren heeft weeral eens op mijn kussen gep…. Je raadt het al, ik haat vandaag alle katten, ook als ze toevallig Romeo heten.
De zondag sandwiches smaken niet, de kaas ruikt raar, de hesp heeft een ongezonde kleur, mijn tafelgenoten reageren niet of amper op mijn culinaire opmerkingen. Ok, dan ga ik douchen roep ik uitdagend, de mannen mompelen iets onverstaanbaar, en kijken elkaar begripvol aan. Koud water is helend voor lijf en leden en berouwvol probeer ik een gesprek aan te knopen met het ventje. Mijn plotse charmeoffensief kan niet op begrip rekenen, hoeveel keer ga jij douchen zeg, of heb je al dat water nodig om je rothumeur in te verdrinken komen vrij bot uit de mond van de man van wie ik hou.
Ik sta perplex, schuif met veel theatrale kundigheid de schuifdeur met een smak dicht, en test nogmaals het terras uit op zijn verfrissend comfort. Onze recent nieuwe, vriendelijke jonge buren hebben bezoek, het gaat er behoorlijk vrolijk aan toe, er wordt gedoken en geplonsd in het zwembad en dat allemaal vergezeld met de nodige decibels. Ik voel de ergernis weer opborrelen, die zijn beslist met meer dan vijf, een kinesiste zou toch beter moeten weten, maar ja, de jeugd…. Oei, dan hoor ik opeens een abnormaal geritsel, een koolwitje spartelt voor haar leven onder de glazen overkoepeling van het terras. Ze fladdert ongecontroleerd en probeert hopeloos een bevrijdende uitweg te vinden. Het onophoudelijk geritsel neemt toe in hevigheid, ik ben onder de indruk van zoveel moed; Ik kruip op de tuinstoel met een bezem om het onschuldige schepseltje van God zachtjes te bevrijden. Oh Calimero, waarom ben ik toch zo klein, het lukt me niet. Ik voel de hete tranen ongegeneerd over mijn rode wangen lopen. De echtgenoot komt verontrust een kijkje nemen en ik stotter het uit: dat vlindertje gaat sterven! Ik voel twee sterke armen rond mij, het vlindertje wordt door mijn held gered. Veilig bij hem ontsnapt er een stortvloed aan woorden. Ik wil zo graag mijn ganse kroost knuffelen en bemoederen, ik wil de vrienden van de Kring terugzien, ik wil feesten, ik wil petanquen, ik wil shoppen en ik wil vooral geen ruzie maken. Mijn schat is niet echt overdonderd en kent inmiddels mijn hoog sensitief kantje, hij kan mij weer als de beste terug op ‘normale stand’ brengen.
Ons studentje wordt erbij geroepen, de pot met het beste ijs van gans Brabant en omstreken wordt bovengehaald, in mijn linkeroor fluistert een stemmetje, pas op voor je maag, maar ik ben inmiddels al lang verleid. Terwijl ik genietend smul, kijk ik vertederend naar mijn mannen. Die grote sloeber die zo graag snoept, en die schattige kleinzoon met de mooiste koperrode haardos van heel de wereld. Ze lachen beide al even lief, wat zijn ze schattig. En dan is het net of een onzichtbare satelliet de boodschap naar mijn kroost heeft gestuurd dat oma een moeilijk dagje doormaakt; het ene na het andere vrolijke smsje van de SKL vrienden komt binnengewaaid, ze zijn me niet vergeten!
Wat ben ik toch een rijk mens, waarom heb ik in godsnaam zo mijn dag vergald, buiten een paar kwaaltjes, mag ik dankbaar zijn voor alle onvoorwaardelijke liefde die ik zo maar cadeau krijg. En die stomme corona, die krijgen we ook wel klein, misschien droogt dat rare beestje met al die ongezien warmte wel helemaal uit.
Het studentje heeft weer een paar extra hoofdstukken onder de knie en rijdt zichtbaar ontspannen naar huis. Zoet en ik blijven nog wat nagenieten met een drankje op ons inmiddels aangenaam terras. Ik pluk onze nieuwsgierige hond uit de haag naast de buren, en er duikt een vriendelijk knap gezichtje op. Hebben mijn broers niet teveel lawaai gemaakt vraagt ze vriendelijk, ze merkt met deze warmte niet dat ik al blozend helemaal ontken.
Wat is het leven toch mooi, ook als het wat moeilijker gaat. Inslapen lukt nog steeds niet optimaal, maar ik kan nu in vrede mijn schaapjes met witte voeten tellen.
Hou het hoofd koel, hou jullie gezond en hopelijk tot niet te lang bij één van onze SKL activiteiten.
Monique

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Captcha loading...